Historie

  DE GESCHIEDENIS VAN DEZE KERK

Het kerkgebouw van de Protestantse Gemeente staat aan de Dorpsstraat 4, middenin Laren. Een paar honderd meter hiervandaan, aan de Kloosterweg, stond tot in 1835 de voorganger van deze kerk, de KAPEL van Laren. Vanaf 1684 had deze kapel dienst gedaan, toen was hij tot op de draad versleten, als je dat tenminste zeggen kunt van een kerk, en moest worden afgebroken. Er was geen repareren meer aan!
De gemeente had onvoldoende geld om een nieuwe kerk te bouwen. Men wende zich tot de Koning, zo ging dat toen. Op grond van een wet van 1824 organiseerde en financierde het Rijk de kerkenbouw. Niet dat daar nu direct geld vandaan kwam, maar uiteindelijk kreeg men toch de toezegging  dat de kerk gebouwd mocht worden. In 1834 kon men daarmee beginnen.
Het bouwen van kerken met steun van het Rijk gebeurde in die tijd door wat wij nu Rijks Waterstaat noemen. Daar was de kennis aanwezig om over het land verspreid grote bouwwerken te verzorgen. Er zijn heel wat waterstaatskerken in het oosten van Nederland verrezen. Er staan er echter toch niet zo veel meer. In Oost Gelderland alleen nog in Breedenbroek, Gelselaar, Haarlo, Hengelo, Hummelo en Laren. Elf Waterstaatkerken in oost Gelderland zijn verdwenen. De bekendste waterstaatkerk in Nederland is de Mozes en Aäron kerk in Amsterdam. Na 1868 zijn er in Nederland geen waterstaat kerken meer gebouwd, de wet van 1824 is toen ingetrokken.
De kerk in Laren is ontworpen door architect B. van Zalingen uit Deventer. Zoals in die tijd veel voorkwam, is de kerk ontworpen in de neo-classicistische stijl. De kansel bevond zich aan de zuidkant (Verwoldse weg). De banken stonden in een halve cirkelvorm rond de preekstoel. De kerk is geopend in 1835.
In 1945 voltrok zich een ramp aan de kerk. De naast de kerk gelegen pastorie werd door de bezetter opgeblazen waardoor de kerk zwaar beschadigd werd. Het dak was nagenoeg verdwenen, de gietijzeren ramen onherstelbaar beschadigd en ook van het interieur was weinig onbeschadigd gebleven. Om het orgel te redden werd het gedemonteerd en bij gemeenteleden tijdelijk opgeslagen. Na de restauratie is het herplaatst. Dit orgel is in 1980 vervangen door een in Duitsland gebouwd nieuw exemplaar.
Men heeft in 1945 overwogen de kerk maar af te breken en een nieuwe kerk te bouwen, maar daar kreeg men geen toestemming voor. In de wederopbouwtijd na de oorlog waren de materialen niet vrij beschikbaar, men moest hout en bijvoorbeeld stenen aanvragen; voor materiaalgebruik was toestemming nodig. De kerk is sterk veranderd uit de wederopbouw gekomen. De neo - gotische stalen kerkramen zijn vervangen door ronde houten boogramen. Het interieur is veranderd in dat van een zaalkerk.. Het gestucte plafond is veranderd in een balken plafond, ingangsspartijen zijn verplaatst en veranderd, de consistorie is uit het hoofdgebouw verdwenen  en nu als aanbouw aanwezig. Een deel van de veranderingen zijn technisch noodzakelijk geweest, zo kon men de gietijzeren ramen in die tijd niet repareren of vervangen en is de verwarming en de verlichting gemoderniseerd. Een ander deel echter beruste op nieuwe inzichten met betrekking tot de bouwstijl (onder meer de raam-vorm) en de liturgische kerkinrichting.
In 1949 is de kerk feestelijk en in dankbaarheid heropend. Dat is al weer ruim een halve eeuw geleden! Velen voelden dan ook dat het interieur weer toe was aan een vernieuwing. Met name de veranderende inzichten in de liturgie hebben daar de aanzet toe gegeven (de kerk niet als gehoorzaal, maar als vierplek!). Samen met liturgisch vormgever Pim van Dijk is gekozen voor de huidige inrichting. Het prachtige liturgisch meubilair is ontworpen en gemaakt door de plaatselijke schrijnwerker Rene Bruns. Met kerst 2006 werd de vernieuwde inrichting feestelijk in gebruik genomen.
Vanaf 1 januari 2005 staat deze hervormde kerk bekend als Protestantse kerk van Laren. De kerk is een Rijksmonument. 

 
Liturgisch meubilair van de kerk

De Beuk die gebruikt is voor het liturgisch meubilair komt uit de kasteeltuin van Huis Verwolde.
De Beuk is ca. 200 jaar oud, dus ongeveer van het jaar 1800.
Op borsthoogte is de Beuk  1,15 meter in doorsnede en 3,5 meter in omtrek.

Door de overmatige sneeuwval eind 2005 waren er takken uit de Beuk gebroken
en werd er besloten om de Beuk te vellen. Het bleek dat het binnenste van de Beuk al gedeeltelijk
was opgegeten door mieren en andere organismen.
Voor René geen probleem omdat de Beuk toch ‘uitgehold" moest worden.

In de preekstoel ligt een ‘schijf' van de Beuk, hierin zijn de jaarringen zichtbaar en
voor de liefhebber te tellen.

Het gedeelte van de Beuk t.b.v. de preekstoel woog voor verwerking ca. 1000 kg.
Nu de preekstoel klaar is het gewicht ca. 120 kg.

De avondmaalstafel weegt ca. 230 kg.
Voor het blad van de avondmaalstafel is een gedeelte van het Beukenhout  ca. 3 maanden
in de droogkamer geweest om het kunstmatig te laten drogen.

De lezenaar weegt ca. 60 kg (incl. brons)

De Bijbeltafel komt uit de plek in de stam waar deze zich splitst in twee stammen,
dit is duidelijk weer te zien.  De glasplaat is 10 mm dik.  (Samen ca. 130 kg)

De Eik die is gebruikt voor het doopvont vindt zijn oorsprong op het "Heuveltje" in Landgoed Verwolde. 
De Eik is ca. 80 jaar oud en zal in zijn leven menig ei tegen zich aan hebben gehad tijdens het
traditionele "eierkuul'n" , een vermaak uit het Larense verleden tijdens de paasdagen.

De kandelaar voor de paaskaars werd in eerste instantie gemaakt van Essenhout.
Deze Es (ca. 35 jaar), ook uit de kasteeltuin van Huis Verwolde werd gekozen om zijn mooi
gevormde wortellijsten aan de stam.

Het blijkt echter maar weer dat je de natuur niet kunt dwingen, want ondanks de genomen maatregelen,
w.o. het uitboren van het hart van de stam, kwamen er scheuren in de kandelaar. 
Hoewel René nog heeft geprobeerd om d.m.v. verlijmen dit probleem op te lossen werd er gezamenlijk besloten
om de kandelaar opnieuw te maken, maar dan van (kunstmatig gedroogd) Beuken.
Hierbij bleef wel de vorm van het Essenhout essentieel.

De eerste grove bewerkingen van het hout werden gedaan met de kettingzaag.
Daarna waren hamer en beitel aan de beurt en daarna de fijnere afwerking d.m.v.  freeswerk  en  schuurwerk, vooral heel veel schuurwerk.
Als uiteindelijke afwerking kreeg het liturgisch meubilair een olielaag die volgens de werkwijze van politoeren is aangebracht.

Voor de bronzen elementen heeft René eerst een wassen model gemaakt.
Deze wassen modellen zijn door bronsgieterij Sala uit Arnhem omgevormd in brons
Het grootste element, de schaal voor het doopvont is ca. 70 cm breed en 90 cm lang en weegt in brons ca. 60 kg.

Alle elementen zijn voorzien van wieltjes (hopelijk) en zijn voorzien van een stopmechanisme.